Door klimaat- en socio-economische veranderingen zal de druk op de beschikbaarheid van zoetwater voor steden in de toekomst toenemen. Op tal van plaatsen in de wereld zien we onder andere door bevolkingstoename en een grotere vraag naar zoet water diverse problemen ontstaan: grootschalige grondwateronttrekkingen die onder meer tot verziltingsproblemen en bodemdalingen tot wel 10 centimeter per jaar leiden en daarmee de veiligheid tegen overstromingen aantasten.

In Nederland hebben we weliswaar niet te maken met zulke omvangrijke problemen. We kennen hier wel een situatie waarin we in het najaar en in de winter veel water naar zee afvoeren, terwijl we in de zomer en het voorjaar op veel plekken vaak een watertekort hebben, waarvoor we maatregelen moeten treffen om toch over voldoende zoet water te kunnen beschikken. Als we niets doen, wordt deze situatie door de klimaatverandering alleen maar extremer. Daarom wordt steeds meer gekeken in hoeverre we watertekorten en wateroverschotten met elkaar kunnen verbinden, ofwel een vorm van 'actief voorraadbeheer' te voeren.

Een mogelijke oplossing hiervoor is de toepassing van ondergrondse opslag van water in de stad en ommeland. De stedelijke ondergrond is echter door verdergaande verharding en verdichting de laatste decennia steeds meer uitgesloten van de stedelijke waterkringloop. Daarnaast lijken we de stedelijke ondergrond als kans voor nieuwe (klimaat)opgaven te mijden vanwege de potentiële problemen/aansprakelijkheden die een actiever grondwaterbeheer met zich mee kan brengen.

Desondanks lijken er kansen te liggen om de ondergrond in de stad beter te benutten, voor:

  • piekafvlakking en alternatief vormen voor oppervlaktewaterberging
  • peilbeheer in de stad als een bron voor zoetwater en het beperken van grondwaterstanddalingen
  • zoetwatervoorziening en nuttige toepassingen/gebruik in het ommeland
      

Zo vanzelfsprekend is dit niet: juist in de stedelijke omgeving is het erg 'druk in de ondergrond' en bestaat er een grote kans op mogelijke interferentie met andere ondergrondse functies, zoals WKO-systemen, grondwateronttrekkingen, bodemverontreinigingen en funderingen. Dit vraagt om een gedegen en zorgvuldige afweging.

Met de invoering van de Waterwet zijn de taken voor waterschappen en gemeenten opnieuw vastgelegd, waaronder de verantwoordelijkheden voor hemel- en grondwater. Gemeenten hebben de zorgplicht voor de inzameling van hemel- en grondwater. Waterschappen zijn beheerder van het oppervlakte- en grondwater. Laatstgenoemde betekent onder andere dat waterschappen bevoegd gezag zijn voor (ondiepe) grondwateronttrekkingen (m.u.v. drinkwaterwinningen, grote industriële onttrekkingen en onttrekkingen voor bodemenergie) en voor de infiltratie van water in de bodem. Door grondwaterbeheer en oppervlaktewaterbeheer integraal te beschouwen is een betere aanpak mogelijk, waarbij potenties optimaal worden benut.

Deltares, KWR en STOWA zijn een verkenning van de potenties van ondergrondse waterberging in de stad gestart. Op het gebied van stedelijk water werken STOWA en Stichting RIONED samen aan onderzoek van theorie en praktijktoepassingen, kennisverspreiding en uitwisseling van (praktijk)ervaringen door waterbeheerders. Deze verkenning wordt nu uitgevoerd in opdracht van STOWA, mede namens Stichting Waterbuffer en het Ministerie van Infrastructuur en Milieu. Lees meer over dit project.