De glastuinbouw in Zuid-Holland maakt al gebruik van ondergrondse hemelwateropslag in gebieden met zoet grondwater om gietwatertekorten aan te pakken. Dit blijkt ook een werkbare (deel)oplossing in gebieden met brak tot zout grondwater, zo blijkt uit onderzoek van KWR Watercycle Research Institute in opdracht van de Provincie Zuid-Holland in samenwerking met de stichting Waterbuffer en LTO Noord glaskracht. De studie heeft onder meer geschiktheidskaarten opgeleverd voor de belangrijkste (glas)tuinbouwgebieden in de provincie Zuid-Holland. De provincie heeft inmiddels in haar Verordening Ruimte en Mobiliteit opgenomen dat in (glas)tuinbouwgebieden het eerste watervoerende pakket als prioritair wordt beschouwd voor de toepassing van zoetwateropslag als (deel)oplossing voor de watervraag van de (glas)tuinbouw.

Voor de glastuinbouw is continue zoet gietwater nodig, van voldoende kwaliteit. Alleen de kwaliteit van hemelwater is zo hoog dat het zonder vergaande zuivering kan worden gebruikt, maar dat is niet altijd beschikbaar: er is namelijk een mismatch tussen de watervraag en het wateraanbod. In de winter valt er teveel water, in de zomer ontstaat juist een tekort. Om in de tekorten te voorzien zijn tuinders soms aangewezen op andere bronnen, bijvoorbeeld grondwater dat (tegen een prijs!)  is ontzilt met omgekeerde osmose.

Om de mismatch te ondervangen wordt in de praktijk  regenwater opgevangen in bovengrondse bergingsbassins. De capaciteit van deze bassins is niet  toereikend voor al het gevallen regenwater, zodat waardevol water verloren gaat voor de tuinbouw.  In gebieden met zoet grondwater, zoals het tuinbouwgebied Oostland, wordt een overschot regenwater ook opgeslagen in de bodem. Het kan in perioden van watertekort weer (deels) worden teruggewonnen.  Deze ondergrondse voorraadvorming biedt de voordelen van een  grote capaciteit, relatief lage kosten en gering bovengronds ruimtebeslag.

Intussen wordt een techniek ontwikkeld om ook in brak tot zout grondwater een voorraad hemelwater op te slaan. Verschillende tuinders in Zeeland en Zuid-Holland hebben in pilotstudies ervaring opgedaan met hemelwateropslag in brak tot zout grondwater door middel van  aangepaste infiltratie- en onttrekkingstechnieken. De behaalde rendementen zijn veelbelovend: er kan zeker kwalitatief goed water worden teruggewonnen. Ondergrondse waterberging in de zoet tot zoute ondergrond is daarmee een kansrijke (deel)oplossing voor gietwatertekorten bij tuinders in Zuid-Holland. Sommige delen van de provincie zijn meer geschikt dan andere. Het rendement van de opslag is hoger waar het grondwaterpakket dunner en minder zout is en waar de stroming in dat pakket het geringst is. Niet alle locaties zijn dus geschikt voor kleinschalige wateropslagsystemen, maar op dergelijke plekken kunnen grotere en robuustere systemen (bijvoorbeeld collectief aangelegd) of slimme aanpassingen aan het putontwerp wel mogelijkheden bieden.

Deze nieuwe bevindingen komen voort uit onderzoek van KWR Watercycle Research Institute in opdracht van de Provincie Zuid-Holland in samenwerking met de stichting Waterbuffer en de LTO Noord glaskracht. In reactie op de onderzoeksresultaten heeft de Provincie in haar Verordening Ruimte en Mobiliteit opgenomen dat in (glas)tuinbouwgebieden het eerste watervoerende pakket als prioritair wordt beschouwd voor de toepassing van zoetwateropslag als (deel)oplossing voor de watervraag van de (glas)tuinbouw.

De resultaten van het onderzoek vindt u op de site van de Provincie Zuid-Holland in de vorm van geschiktheidskaarten van (glas)tuinbouwgebieden voor zoetwaterberging en een rapport met de mogelijkheden en aandachtspunten van de techniek en relevante achtergrondinformatie.